11. T’ai / de Vrede


Het Ontvangende, waarvan de beweging neerwaarts gericht is, bevindt zich boven; het Scheppende, waarvan de beweging omhoog stijgt, is beneden. Hun invloeden ontmoeten elkaar derhalve en zijn in harmonie, zodat alle wezens bloeien en gedijen. Het teken houdt verband met de eerste maand (februari-maart), waarin de krachten van de natuur de nieuwe lente voorbereiden.
www.itjing.nl

HET OORDEEL

De Vrede. Het kleine gaat heen, het grote komt naderbij.
Heil! Welslagen!

Het teken duidt in de natuur op een tijd waarin men wel zegt dat ‘de hemel op aarde’ is. De hemel heeft zich onder de aarde gesteld. Zo verenigen hun krachten zich in innige harmonie. Daardoor ontstaat vrede en zegen voor alle wezens.
In de mensenwereld is het een tijd van sociale eendracht. De hooggeplaatsten buigen zich over naar de laaggeplaatsten, de laaggeplaatsten en de eenvoudige lieden zijn de hooggeplaatsten vriendschappelijk gezind, zodat er een einde komt aan alle veten.
Binnen, in het centrum, op de doorslaggevende plaats, is het lichte; het donkere is buiten. Zo heeft het lichte een krachtige werking, en het donkere is meegaand. Op deze wijze zijn beide partijen gebaat. Als de goeden in de maatschappij een centrale positie innemen en de macht in handen hebben, worden ook de slechten beter onder hun invloed. Als in de mens de van de hemel komende geest heerst, dan komt ook de zinnelijkheid onder zijn invloed, en vindt zij de haar passende plaats. De afzonderlijke lijnen komen van beneden af het teken binnen en verlaten het van boven weer. De kleinen, de zwakken, de slechten zijn hier dus aan het weggaan, en de groten, de sterken, de goeden zijn bezig omhoog te komen. Dat brengt heil en welslagen.
www.itjing.nl

HET BEELD

Hemel en aarde verenigen zich: het beeld van de Vrede.
Zo verdeelt en voltooit de heerser
De loop van hemel en aarde;
Hij bestuurt en ordent de gaven van hemel en aarde
En staat zo het volk bij.

Hemel en aarde verkeren met elkaar en verenigen hun werkingen. Dat geeft een periode van algemene bloei en voorspoed. Deze krachtstroom moet door de opperheer der mensen worden geregeld. Dat geschiedt door indeling. Zo wordt de eenvormige tijd overeenkomstig de verschijnselen die hij teweegbrengt door de mens in jaargetijden ingedeeld, en de ongedifferentieerde ruimte door menselijke bepalingen in windstreken onderscheiden. Op deze wijze wordt de natuur, met haar overweldigende overvloed van verschijnselen, begrensd en bedwongen. Aan de andere kant moet de natuur worden ondersteund bij haar voortbrengen. Dat geschiedt wanneer men de voortbrengselen aanpast aan de juiste tijd en de juiste plaats. Daardoor wordt de natuurlijke opbrengst verhoogd. Deze activiteit, die de natuur bedwingt en helpt, is het werken aan de natuur, dat de mens ten goede komt.

 

– Advertentie –
Cursus WordPress training workshop